In het spoor van de goden – Part-3

En nu dan eindelijk – wandelend – de hele Via Degli Dei (weg van de Goden), van Bologna naar Florence met 125 kilometer en 5.100 hoogtemeters. Hier was deze hele reis ten slotte om begonnen. Ik vond het best spannend. Ondertussen heb ik heel wat bergtochten, beklimmingen, hikes, meerdaagse wandelingen en streekpaden gelopen op diverse continenten maar dit is de eerste keer dat ik echt helemaal alleen liep. Is dat niet een beetje onverstandig als vrouw alleen en eenzaam en gevaarlijk en misschien zelfs eng soms? Op de laatste dag in Bologna had ik toch nog even – op aanraden van de Vlaamse dame die het hostel runde – de vier overnachtingen geboekt. Dat gaf nu wel wat rust.

Op dinsdag 16 april, om 6:52 uur liep ik al – nog een beetje onwennig met mijn grote rugzak – door de straten van Bologna op zoek naar de Piazza Maggiore, het startpunt van de Via Degli Dei. Nog even een espressootje bij een kleine bar die al open was en met een vrolijk ‘Good luck’ van de barman ging ik op pad.

Ik liep onder de beroemde 3.800 meter lange San Luca’s arcade door met zijn 666 bogen, ging glibberend over het super modderige pad langs de rivier de Reno en toen langzaam omhoog naar Monte del Frate. Het zonnetje scheen en behalve een paar vroege joggers, mensen met hun hond en drie mountain bikers had ik het hele pad voor mezelf. De route was gemakkelijk te vinden, de felgele stippen van de trail van zaterdag waren nog goed te zien.

En daar was mijn eerste B&B al, direct rechts aan de route. Ruim 25 km en 888 hoogtemeters in the pocket! Even mijn rugzak af, douchen en lekker bijkomen in het zonnetje met een grote kop groene thee. Wat later kwamen er nog drie wandelaars. Tot mijn verbazing sprak niemand een woord Engels, maar alleen Italiaans. Van de eigenaren van de B&B wist ik het al, ik had in mijn beste Italiaans deze kamer gereserveerd J

De start van dag twee was pittig: meteen al omhoog naar Monte Adone en daarna eindeloos verder ploeteren door een saai bos, op een steil, modderig pad met spierpijn (een overblijfsel van het vele afdalen tijdens de trail) en een hele zware rugzak. Het viel me allemaal niet mee. En geen mens te zien, alleen een groep reeën, een haas en een groot wild zwijn. Van die laatste schrok ik wel even. Maar toen ik bij 16 km het dorpje Monzuno inliep en neerplofte op het terras met de lekkerste cappuccino die ik in tijden had gedronken, leek het toch nog goed te komen. Het uitzicht werd mooi, de zon scheen, het pad was goed te doen en mijn rugzak leek ineens kilo’s lichter.

En na een kleine afdaling weg van de hoofdroute, liep ik door de poort van B&B Mappamundi waar ik hartelijk werd begroet door Samantha. Even later zat ik op het balkon met een lekker glas wijn gemaakt door de buurman, te genieten van een prachtig uitzicht. Massimo hing nog even de waslijn voor me op zodat mijn even snel gewassen shirt en broek binnen no-time droogden. Samantha bood aan me ’s avonds naar de plaatselijke pizzeria te brengen en ook weer op te halen. Erg lief! En die pizza smaakte natuurlijk uitstekend!

Met een beetje pijn in mijn hart nam ik afscheid van deze B&B. Voor €30,- een lieve ontvangst, een mooie, ruime kamer en een top ontbijt, wat een super plek! Samantha zette me om 7:00 uur ook nog even keurig af bij de route. Hoe luxe wil je het hebben!

Dag 4 was een kort dagje van nog net geen 20 km en ook het klimmen viel mee. Ik ging over het hoogste punt van de route (Banditacce, 1.196 meter) en ik liep over hele oude Romeinse stenen. Eigenlijk best lekker, zo alleen op pad. Ik hoefde geen rekening te houden met anderen die klaagden over blaren, spierpijn of hun zware rugzak. Ik hoefde mijn water niet te delen, geen spullen van anderen te dragen die niet meer konden, mijn tempo niet aan te passen. En ik voelde me hier totaal niet onveilig, dat maakte het wel aangenaam natuurlijk. Aan het einde van de dag schreef ik op polarsteps een kort verslagje van de dag. Mijn 9 volgers lazen de verhaaltjes trouw en reageerden enthousiast. Zo mijn ervaringen delen was wel erg leuk.

Al vroeg in de middag kwam ik aan in Monte di Fo’. Ik liep hotel Il Sergente (de sergeant?) binnen waar de verschraalde bierlucht en sigarettenrook me al tegemoet kwamen. Mijn kamer was geheel in jaren 60 stijl en ik denk dat dat nog wel even zo blijft ook. Dat was even schakelen na de gezelligheid van B&B Mappamundi, maar slapen deed ik hier ook wel, hoor.

Op dag 4 was ik al om 6:23 uur op pad want dit ging een lange dag worden. De avond ervoor had de jongen van het hotel (die een beetje Engels sprak en de enige was die me durfde te helpen) voor mij al een ontbijtje in een grote papieren zak gedaan, lief van hem!  Na 23 km (of op km 93 van de totale 125 km) kwam ik langs het startpunt van de trail van zaterdag, ik was weer op bekend terrein! Af en toe zag ik nog een verdwaalde blauwwitte slinger in de struiken hangen en verder wezen nog steeds de felgele stippen van de trail me keurig de weg. Na 39,34 km, 1.275 meter stijgen en bijna 9 uur onderweg kwam ik aan in Bivigliano, in het statige Giotto Park Hotel.

Op de laatste dag nog een klein stukje klimmen naar Monte Senario. Die berg kende ik al. Het ging weer voorspoedig en deze keer was ik wél voorbereid op nog een flinke klim naar Monte Ceceri in de laatste kilometers. Daar was mijn bekende bankje weer. Maar even op de foto nu. De laatste kilometer en daar zag ik het grote plein en de terrasjes van Fiesole, stralend in het zonnetje. Daar ging ik even lekker genieten van mijn verdiende lunch.

Een gedachte over “In het spoor van de goden – Part-3

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s