Mijn lieve, beste vriendinnetje

Vanavond zou ik met je uit eten zijn gegaan, Tooske. Dan had je me vandaag zeker al drie keer geappt, vanochtend gebeld op weg naar je werk en dan zou ik je om 19:03 half gestrest aan de telefoon krijgen dat je er echt aan kwam, hoor. Maar sinds ik je zondagmiddag appte of ik alvast zou reserveren omdat het vandaag Valentijnsdag was en druk overal, had ik helemaal niets meer van je gehoord.

Allebei 48 jaar en we kennen elkaar al bijna 30 jaar. Weet je nog dat je bij mij in 1989 in het Groninger studententennisteam kwam, toen er een plekje was omdat mijn tennismaatje ging afstuderen? We waren al snel een beruchte damesdubbel, allebei bloed-fanatiek en verliezen, dat was voor ons geen optie, haha. Verder waren we hartstikke verschillend: ik wilde op reis en de wereld zien, jij kende Maarten al en had juist behoefte aan stabiliteit en niet te veel veranderingen. Soms vroegen mensen zich af waarom het zo goed klikte, maar ik vond het juist fijn dat ik altijd bij jou terecht kon als ik weer eens terug kwam van een reis of als mijn relatie uitging. Jij had dat rusteloze niet wat mij kenmerkte en dat was wel zo prettig.

Maandagavond werd ik gebeld door Maarten. Even dacht ik dat je om een of andere reden even de mobiel van je man had gepakt, maar het was Maarten zelf. ‘Ha Annemarie, hoe is het?’ Hij probeerde het vrolijk te laten klinken, maar ik hoorde de trilling in zijn stem en kreeg een heel slecht voorgevoel. ‘Ja met mij prima, maar hoe is het met jou?’. En toen kreeg ik het hele verhaal te horen: dat je zondagmiddag in Apeldoorn bij de hockeywedstrijd van je veertienjarige dochter stond te kijken en dat je ineens in elkaar was gezakt. Typisch iets voor jou om daarvoor – als dit dan toch mijn lot is – deze plek uit te zoeken met al die mensen om je heen die direct in actie kwamen om 112 te bellen, de AED te halen, te gaan reanimeren. Een hartstilstand, een hartritmestoornis, dat was het. Ze waren er in ieder geval erg snel bij, daar lag het allemaal niet aan.

Het verdrietige is dat je me vorige week woensdag belde en bijna over je woorden struikelde, zo blij was je dat de waarde van de pompfunctie van je hart zoveel beter was geworden nu je de nieuwe medicijnen gebruikte. Met deze uitslag hadden jullie dezelfde dag nog met z’n vijven een week wintersport geboekt. Het voelde al zo goed, maar voor de zekerheid wilde je toch nog even checken met de arts.

Maar nu lig je al vier dagen op de intensive care, in een lage bewustzijnstoestand zoals de zuster het omschreef. Je hebt je ogen regelmatig open maar ziet niets. We houden je hand vast, we praten tegen je, we kletsen met elkaar. Zou je er iets van mee krijgen? Zou je heel langzaam aan de beterende hand zijn? ‘Wachten, wachten, wachten, zo is het meestal bij ons van neurologie’, vertelde de dokter. ‘Iedereen is weer anders, ik kan er weinig van zeggen en geen voorspellingen doen. Sommige mensen hebben wel vier tot zes weken nodig om weer bij te komen en herstellen dan wonderwel.’

Houd vol, Tooske, laat ons niet in de steek! Je bent een vechter, een doorzetter. Jij laat je man en je drie tienerkinderen niet zomaar los. Laat iedereen maar versteld staan en laat dat wonder maar gebeuren! Ik zie het al voor me, dat je wakker wordt en wat versuft om je heen kijkt en dan uitroept: ‘Waar is iedereen? Hallo, joehoe, hier lig ik, hoor. Ik kom er aan, kleed me snel even aan en dan stort ik me als eerste op die enorme stapel was die daar vast geduldig op mij ligt te wachten.’

2 gedachten over “Mijn lieve, beste vriendinnetje

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s